1.4541 / RVS 321 / X6CrNiTi18-10

Met titaan gestabiliseerd hittebestendig roestvast staal RVS 321 voor uitlaten en rookgassen: op maat gesneden, gezet en gelast

RVS 321 plaat 1.4541 met mat 2B oppervlak en scherpe lasersnijkant

1.4541 (X6CrNiTi18-10, AISI 321) is austenitisch roestvast staal op de 18/10-basis waarin de koolstof met titaan is vastgelegd: minimaal vijf keer het koolstofgehalte aan titaan, tot maximaal 0,70 procent. Daardoor blijft het chroom in oplossing en verschilft de plaat in lucht pas rond 800 tot 850 graden, terwijl continu bedrijf onder mechanische belasting tot circa 550 graden mogelijk blijft. Chemisch is de soort verder gelijk aan RVS 304: 17,0 tot 19,0 procent chroom, 9,0 tot 12,0 procent nikkel, geen molybdeen, PREN circa 18 en een dichtheid van 7,9 g/cm3. Dat laatste bepaalt de afbakening: 321 is een hittesoort en geen chloridesoort, dus voor zeewater, pekel of zuren kiest u 1.4401 of 1.4571. Van Hengstum Metaal snijdt, zet en last 1.4541 volledig in eigen huis in Soest.

MateriaaleigenschappenEN 10088-2 en EN 10088-3, aanduiding X6CrNiTi18-10
Werkstofnummer1.4541
EN-aanduidingX6CrNiTi18-10
AISI / UNSAISI 321 / UNS S32100
Hittevaste verwant1.4878 (X8CrNiTi18-10), in de praktijk 321H
Chroom (Cr)17,0 tot 19,0 %
Nikkel (Ni)9,0 tot 12,0 %
Titaan (Ti)min. 5 x %C, max. 0,70 %
Koolstof (C)max. 0,08 %
Molybdeen (Mo)geen
Treksterkte (Rm)500 tot 700 MPa, koudgewalste plaat tot 730 MPa
Rekgrens (Rp0,2)min. 200 MPa warmgewalst, min. 220 MPa koudgewalst
Rek bij breuk (A)min. 40 %
Hardheidmax. 215 HB volgens EN 10088-2
PRENcirca 18, gelijk aan 304
Dichtheid7,9 g/cm³
Smelttrajectcirca 1.400 tot 1.425 °C
Maximale temperatuur, continu onder belastingcirca 550 °C
Verschilfingsgrens in luchtcirca 800 tot 850 °C
Wij bewerken 1.4541 / RVS 321 / X6CrNiTi18-10 met:LasersnijdenZetwerkVerspanenLassen

Eigenschappen van RVS 1.4541 (AISI 321)

1.4541 is austenitisch roestvast staal op de gewone 18/10-basis, met 17,0 tot 19,0 procent chroom en 9,0 tot 12,0 procent nikkel, precies zoals 1.4301 (RVS 304). Eén element is toegevoegd en dat verandert het gedrag bij hoge temperatuur volledig: titaan, minimaal vijf keer het koolstofgehalte en maximaal 0,70 procent. Wat er níet in zit is even bepalend: 1.4541 bevat geen molybdeen.

Wat het titaan doet, is de koolstof vastleggen. In austenitisch roestvast staal zoekt koolstof tussen ongeveer 425 en 850 graden het chroom op en scheiden er chroomcarbiden uit op de korrelgrenzen. Op die grenzen blijft dan te weinig chroom over voor een sluitende passieve laag, en het materiaal wordt daar aantastbaar. Dat heet sensitisatie en het is de reden dat een las na een paar jaar warme dienst juist langs de naad kan gaan roesten. Titaan bindt de koolstof eerder en steviger dan chroom dat kan: het titaancarbide is al gevormd voordat het chroom aan de beurt komt, het is stabieler en het laat de koolstof niet meer los. Daarmee is het probleem niet uitgesteld maar opgelost, ook na duizenden uren op bedrijfstemperatuur.

Mechanisch is er weinig bijzonders aan. De treksterkte ligt tussen 500 en 700 MPa, bij koudgewalste plaat tot 730 MPa, de rekgrens Rp0,2 bedraagt minimaal 200 MPa warmgewalst en minimaal 220 MPa koudgewalst, en de rek bij breuk is minimaal 40 procent. Het is dus geen sterker staal dan 304 en ook geen corrosievaster staal: met een PREN rond 18 en zonder molybdeen is de weerstand tegen chloride gelijk aan die van 304. 321 koopt u voor warmte, niet voor corrosie. Komt er zeewater, pekel, strooizout of zuur bij, dan hoort er molybdeen in en gaat u naar 1.4401 (RVS 316) of, als het ook nog warm moet zijn, naar 1.4571 (RVS 316Ti).

Chemische samenstelling volgens EN 10088-2

  • Chroom (Cr): 17,0 tot 19,0 %
  • Nikkel (Ni): 9,0 tot 12,0 %
  • Titaan (Ti): min. 5 x %C, max. 0,70 %
  • Koolstof (C): max. 0,08 %
  • Mangaan (Mn): max. 2,0 %
  • Silicium (Si): max. 1,0 %
  • Fosfor (P): max. 0,045 %
  • Zwavel (S): max. 0,015 %
  • Molybdeen (Mo): geen, niet gelegeerd
  • IJzer (Fe): rest

Let op dat de titaaneis een verhouding is en geen vast getal. De norm schrijft minimaal vijf keer het koolstofgehalte voor, dus bij 0,05 procent koolstof is minimaal 0,25 procent titaan nodig en bij 0,08 procent minimaal 0,40 procent. Een certificaat dat “0,5 % Ti” meldt zegt daarom niets zolang u het koolstofgehalte er niet naast legt. Titaan verbetert de corrosieweerstand niet zelf, het voorkomt dat die verloren gaat.

Werkstofnummer, AISI 321, UNS S32100 en X6CrNiTi18-10

Dezelfde soort komt onder een handvol namen voorbij en op een tekening kan elk van die namen staan. 1.4541 is het werkstofnummer zoals het op Europese materiaalcertificaten staat, ook geschreven als DIN 1.4541 of EN 1.4541. X6CrNiTi18-10 is de bijbehorende naam volgens EN 10088, waarin u de samenstelling terugleest: 0,06 procent koolstof als richtwaarde, chroom, nikkel en titaan, 18 procent chroom en 10 procent nikkel. AISI 321 is de Amerikaanse aanduiding en UNS S32100 de exacte tegenhanger daarvan. In het Duits leest u Edelstahl 1.4541, in het Italiaans en Frans inox 321. Alle vijf gaan over hetzelfde materiaal.

Drie nummers die erop lijken en het niet zijn. 1.4878 (X8CrNiTi18-10) is dezelfde legering met een ruimer en hoger koolstofgehalte, de hittevaste uitvoering die in de praktijk met 321H wordt gelijkgesteld. 1.4550 (X6CrNiNb18-10, AISI 347) is dezelfde 18/10-basis maar met niobium in plaats van titaan als stabilisator. En 1.4542 is 17-4 PH, een precipitatiehardend staal dat niets met deze familie te maken heeft en waarmee 1.4541 op zoekniveau geregeld verward wordt.

Waarom 1.4541 warmte verdraagt en waar de grenzen liggen

Er zijn drie temperatuurgrenzen in het spel en die worden constant door elkaar gehaald. De eerste is de verschilfingsgrens in lucht: rond 800 tot 850 graden begint de oxidehuid af te schilferen en verliest u materiaaldikte. Bij cyclisch bedrijf, dus opwarmen en afkoelen, ligt die grens lager dan bij constante temperatuur, omdat de huid dan losspringt. De tweede is de maximale temperatuur voor continu bedrijf onder mechanische belasting, en die ligt met circa 550 graden veel lager: daarboven gaat kruip meespelen en daalt de toelaatbare spanning snel. Bij 400 graden is de rekgrens al terug tot circa 115 tot 140 MPa, ongeveer de helft van de waarde bij kamertemperatuur.

De derde grens is de belangrijkste voor de materiaalkeuze en heeft niets met sterkte te maken: het sensitisatiegebied van circa 425 tot 850 graden. Elk austenitisch roestvast staal met normaal koolstofgehalte verliest daar op de duur corrosieweerstand langs de korrelgrenzen. Een laagkoolstofsoort als 1.4307 (304L) is daar tegen een lascyclus mee beschermd, want in de paar seconden die een las duurt is 0,03 procent koolstof te weinig om schade aan te richten. Maar bij een onderdeel dat jaar in jaar uit in dat gebied staat, is 0,03 procent nog steeds te veel. Op die tijdschaal loopt de laagkoolstofroute vast en de titaanroute niet. Dat is exact het gebied waarvoor 1.4541 bestaat.

Fysische eigenschappen

Eigenschap Waarde
Dichtheid (soortelijk gewicht) 7,9 g/cm³ oftewel 7.900 kg/m³
Elasticiteitsmodulus bij 20 °C 200 GPa
Smelttraject circa 1.400 tot 1.425 °C
Warmtegeleidingscoefficient bij 20 °C circa 15 W/m·K
Uitzettingscoefficient 20 tot 100 °C circa 16,5 µm/m·K
Uitzettingscoefficient 20 tot 500 °C circa 18,0 µm/m·K
Soortelijke warmte bij 20 °C circa 500 J/kg·K
Soortelijke elektrische weerstand circa 0,73 Ω·mm²/m
Rekgrens Rp0,2 bij 400 °C circa 115 tot 140 MPa
Maximale temperatuur, continu onder belasting circa 550 °C
Verschilfingsgrens in lucht circa 800 tot 850 °C
Gevoelig voor sensitisatie Nee, titaangestabiliseerd

Reken voor het gewicht met 7,9 kilo per vierkante meter per millimeter dikte. Een plaat van 2 mm en 1.000 bij 2.000 mm weegt dus 31,6 kilo, en niet 31,4 zoals bij constructiestaal of 32,0 zoals bij de soorten met molybdeen. Let bij warme constructies vooral op de uitzettingscoefficient: over 500 graden en een lengte van drie meter rekt 1.4541 ruim 25 millimeter uit. Dat moet in de constructie worden opgevangen, met een compensator of met een bewust vrije oplegging, anders vervormt of scheurt het werk.

1.4541 / RVS 321 / X6CrNiTi18-10 op maat laten bewerken?

Stuur uw tekening of vraag en u ontvangt snel een scherpe offerte, inclusief onze gratis maakbaarheidscontrole.

RVS 304 of RVS 321: welke heeft u nodig?

Kort antwoord: neem 304 zolang het onderdeel onder ongeveer 400 graden blijft, en 321 zodra het langdurig of herhaald in het gebied van circa 425 tot 850 graden komt. Onder die grens doen de twee hetzelfde werk, is 304 goedkoper, ruimer uit voorraad leverbaar en beter te polijsten. Boven die grens is 304 de verkeerde keuze en niet omdat het te zwak wordt, maar omdat het in dat temperatuurgebied zijn corrosieweerstand langs de korrelgrenzen verliest.

Het verschil tussen de twee is één element. Chroom, nikkel, treksterkte, rekgrens, vervormbaarheid en dichtheid zijn praktisch gelijk. 1.4541 heeft titaan en 1.4301 niet, en dat titaan legt de koolstof vast zodat het chroom in oplossing blijft. Het gevolg is dat 321 een uitlaatbocht, een rookgaskanaal of een ovendeel jaren volhoudt op een temperatuur waar 304 na een winter al langs de lasnaden begint te bruinen.

Wat het níet oplost is chloride. Beide soorten hebben een PREN rond 18 en geen molybdeen. Voor zeewater, brak water, pekel, strooizout of zure media is 321 daarom net zo ongeschikt als 304. Zit er zowel warmte als een agressief medium in het spel, dan hebt u de gestabiliseerde soort met molybdeen nodig: 1.4571 (316Ti). Gaat het puur om een chloridehoudend medium bij normale temperatuur, dan is 1.4401 (316) de juiste en goedkopere route.

De drie temperaturen die u niet door elkaar moet halen

Bijna alle misgrepen op dit materiaal komen doordat drie verschillende grenzen op één hoop worden geveegd. Circa 425 tot 850 graden is het sensitisatiegebied: daar zou koolstof chroomcarbiden vormen en daar werkt de titaanstabilisatie. Circa 550 graden is de bovengrens voor continu bedrijf zolang het onderdeel mechanisch wordt belast, want boven die temperatuur gaat kruip het ontwerp bepalen en daalt de toelaatbare spanning hard. Circa 800 tot 850 graden is de verschilfingsgrens in lucht, en die geldt voor een onbelast onderdeel dat alleen zijn eigen vorm moet houden: een straatje, een schot, een kanaalwand.

Een uitlaatspruitstuk zit dus met gemak boven 700 graden en dat mag, omdat de mechanische belasting laag is. Een gasgestookte warmtewisselaar die druk moet houden bij 600 graden mag dat niet, en die vraagt om een warmvaste soort of om een dikkere wand met een kruipberekening. Boven 850 graden houdt 1.4541 het niet meer en gaat u naar de siliciumgelegeerde hittevaste soorten: 1.4828 (309) tot circa 1.000 graden en 1.4845 (310S) tot circa 1.100 graden. Weet u niet aan welke kant van die grenzen uw onderdeel valt, geef dan bij uw aanvraag de bedrijfstemperatuur, de belasting en het aantal warmtecycli per jaar door, dan rekenen wij het met u door.

321 tegenover 321H en tegenover 347

Ziet u 321H op een tekening, dan gaat het om dezelfde legering met bewust verhoogd koolstof, doorgaans 0,04 tot 0,10 procent. Meer koolstof betekent meer kruipsterkte boven 550 graden, en daarom schrijven drukvatcodes voor warme, drukhoudende delen die uitvoering voor. In Europa komt u die tegen als 1.4878 (X8CrNiTi18-10), de hittevaste variant onder EN 10095. De keerzijde is dat er meer koolstof vastgelegd moet worden, dus de titaaneis loopt mee op. Vraagt uw bestek expliciet 321H, neem dan geen gewone 1.4541: dat is een andere charge en een ander certificaat.

Stabiliseren kan ook met niobium. 1.4550 (X6CrNiNb18-10, AISI 347) is dezelfde 18/10-basis met niobium in plaats van titaan, minimaal tien keer het koolstofgehalte tot maximaal 1,00 procent. Functioneel liggen 321 en 347 zo dicht bij elkaar dat ze in bestekken vaak in één adem worden genoemd. Twee praktische verschillen. Als plaat is 1.4541 in Europa beter leverbaar en doorgaans goedkoper. Maar als lastoevoeging bestaat 321 nauwelijks, en dat is geen toeval: titaan oxideert in de boog en komt niet over de lichtboog heen, niobium wel. Daarom last u 1.4541 met een 347-draad. Meer daarover onder het kopje lassen.

Vergelijkingstabel: 321 tegenover 304, 347 en 316Ti

Eigenschap 1.4301 (304) 1.4541 (321) 1.4550 (347) 1.4571 (316Ti)
Stabilisator geen titaan niobium titaan
Chroom (%) 17,5 tot 19,5 17,0 tot 19,0 17,0 tot 19,0 16,5 tot 18,5
Nikkel (%) 8,0 tot 10,5 9,0 tot 12,0 9,0 tot 12,0 10,5 tot 13,5
Molybdeen (%) geen geen geen 2,0 tot 2,5
Koolstof (%) max. 0,07 max. 0,08 max. 0,08 max. 0,08
Treksterkte (MPa) 500 tot 700 500 tot 700 500 tot 700 500 tot 700
Rekgrens plaat (MPa) min. 190 tot 230 min. 200 tot 220 min. 205 tot 225 min. 220 tot 240
PREN circa 18 circa 18 circa 18 circa 24
Chloride en zeewater Beperkt Beperkt, gelijk aan 304 Beperkt, gelijk aan 304 Goed
Continu bedrijf 425 tot 850 °C Sensitiseert Blijft stabiel Blijft stabiel Blijft stabiel
Verschilfingsgrens in lucht (°C) circa 850 circa 800 tot 850 circa 800 tot 850 circa 850
Kruipsterkte boven 550 °C Laag Beter, 321H hoger Beter dan 321 Vergelijkbaar met 321
Lastoevoeging 308L / 1.4316 347 / 1.4551 347 / 1.4551 316L of 1.4576 Nb
Hoogglans polijsten Zeer goed Matig, TiC-strepen Goed Matig, TiC-strepen
Plaat uit voorraad NL Ruimst Beperkt, doorgaans op bestelling Beperkt Doorgaans op bestelling
Relatieve materiaalprijs Basis Boven 304, onder 316 Rond 321 tot iets hoger Boven 316L

Wat de tabel laat zien: op de corrosieregels is 321 gelijk aan 304 en duidelijk minder dan 316Ti, en op de temperatuurregels is het omgekeerd. Er is één regel waarop 1.4541 zich echt van 304 onderscheidt, en dat is continu bedrijf tussen 425 en 850 graden. Is dat niet uw situatie en is er geen chloride in het spel, dan is 304 de goedkopere en beter leverbare keuze. Is er wel chloride of zuur bij, dan is de kolom 316Ti de uwe en niet die van 321.

Gratis controle
& advies

In-house glasparelen, poedercoaten en stralen.

Alle metaalsoorten beschikbaar

RVS 1.4541 bewerken

Lasersnijden

1.4541 laat zich net als 304 goed lasersnijden. Wij snijden met stikstof als snijgas in plaats van zuurstof, zodat de snede blank en zilverkleurig uit de machine komt en niet oxideert. Dat scheelt een bewerkingsstap ten opzichte van constructiestaal en is bij dit materiaal extra van belang, want een geoxideerde snijkant is precies de plek waar de passieve laag nog niet dicht is. Snijsnelheid en gasdruk liggen dicht bij die van 1.4301. De titaancarbiden geven bij dunne plaat soms een iets grovere kantstructuur; waar dat bij een zichtkant hindert, bramen wij na. Snijwerk gaat bij ons standaard binnen 72 uur de deur uit.

Zetten

Met een rek bij breuk van minimaal 40 procent is 1.4541 goed vervormbaar, en bij zetwerk in RVS gelden dezelfde aandachtspunten als bij 304. De terugvering is groter dan bij staal, dus er wordt verder doorgezet. De minimale binnenbuigradius ligt in de praktijk rond een keer de plaatdikte. Het materiaal werkt koud uit, dus in de zetnaad stijgt de hardheid. Voor de uitslagberekening houden wij een K-factor rond 0,45 aan. Eén punt dat bij 321 vaker terugkomt dan bij 304: onderdelen die daarna warm gaan draaien, moeten hun uitzetting kunnen kwijtraken, dus wij kijken bij de maakbaarheidscontrole mee of de zetlijnen en de bevestigingsgaten dat toelaten.

Lassen, en waarom het lasdraad 347 is en niet 321

1.4541 is met TIG, MIG en elektrode goed te lassen en hoeft niet voorverwarmd te worden. De belangrijkste regel is contra-intuïtief: u last titaangestabiliseerd staal niet met titaangestabiliseerd draad. Titaan oxideert in de lichtboog en komt vrijwel niet in het smeltbad terecht, waardoor het lasmetaal zelf onbeschermd zou blijven. Daarom is de standaard toevoeging het niobiumgestabiliseerde type 347, oftewel 1.4551 (W of G 19 9 Nb, in de Amerikaanse indeling ER347). Niobium overleeft de boog wel, dus de las blijft net zo gestabiliseerd als het basismateriaal. Bij TIG-lassen van dunne plaat wordt in eenvoudige, niet-warme toepassingen ook 308L gebruikt, maar zodra het onderdeel in het sensitisatiegebied komt te werken is dat de verkeerde keuze.

Verder gelden de gewone RVS-regels, en bij 321 wat strakker. Door de lage warmtegeleiding en de hoge uitzettingscoefficient vervormt het materiaal sterker dan staal: opspannen, hechten in een doordachte volgorde en de tussenlaagtemperatuur bewaken. Nagloeien of oplosgloeien is bij een gestabiliseerde soort niet nodig, want dat is precies waarvoor het titaan erin zit; alleen bij zeer zware dienst wordt soms een stabilisatiegloeiing rond 850 tot 900 graden voorgeschreven. Aanloopkleur langs de naad moet er wel af, want dat is een chroomarme oxidehuid: beitsen of passiveren herstelt de passieve laag. Voor constructief werk lassen wij gecertificeerd volgens EN 1090.

Verspanen

Dit is de bewerking waarop 1.4541 zich anders gedraagt dan 304, en ongunstiger. De titaancarbiden die de soort zijn eigenschappen geven zijn hard en schurend, dus de snijkant van het gereedschap slijt sneller dan bij een niet-gestabiliseerde soort. Daar bovenop komt het bekende gedrag van austenitisch RVS: taai, lange spanen en sterk koud uitwerkend, waardoor een te lage snijsnelheid of een te kleine spaandikte het oppervlak harder maakt in plaats van het weg te snijden. Bij het verspanen geldt daarom: scherp en positief gereedschap, ruime spaandikte, nooit stilstaan in de snede en royaal koelen. Als richtwaarde voor draaien met gecoat hardmetaal ligt de snijsnelheid grofweg tussen 90 en 150 m/min, iets onder die van 304.

Afwerking

2B is de gebruikelijke uitgangsfinish voor koudgewalste plaat en 1D voor dikkere warmgewalste plaat. Voor 321 is dat doorgaans genoeg, want de toepassingen zijn technisch en niet decoratief. Wilt u toch hoogglans, houd er dan rekening mee dat de titaancarbiden bij polijsten fijne strepen kunnen geven; voor zichtwerk zonder warmte-eis is 304 dan de betere ondergrond. Wij verzorgen in eigen huis stralen, glasparelen, beitsen, passiveren en poedercoaten. Onderdelen die in de warmte gaan werken poederen wij niet: de laklaag houdt dat niet en de plaat heeft hem daar ook niet nodig.

Toepassingen van RVS 321 (1.4541)

  • Uitlaatsystemen en spruitstukken: collectoren, turbohuisdelen, flenzen en hitteschilden waar de gastemperatuur ver boven 600 graden komt en het onderdeel duizenden warmtecycli maakt. De klassieke reden om 321 te kiezen.
  • Rookgaskanalen en schoorsteenvoeringen: kanaalwanden, overgangsstukken en dilatatiedelen achter branders, ovens en biomassaketels.
  • Ovendelen en gloeitoebehoren: ovenwanden, roosters, dragers, moffels en manden die bij elke charge mee opwarmen en afkoelen.
  • Warmtewisselaars aan de gaszijde: platen, schotten en behuizingen van luchtvoorwarmers en gaskoelers, waar de temperatuur hoog is maar het medium niet chloridehoudend.
  • Compensatoren en expansiestukken: onderdelen die warmte én beweging moeten opnemen, waarbij de stabilisatie voorkomt dat de vouwen langs de korrelgrenzen aangetast raken.
  • Cyclonen en stofafscheiders: warme gasstromen in de procesindustrie, waar naast de temperatuur ook erosie meespeelt.
  • Warme apparaatdelen: behuizingen, kappen en frames rond warme processen in de apparatenbouw, inclusief drukhoudende delen die volgens EN 13445 worden uitgevoerd.

RVS 1.4541 op maat laten bewerken

Van Hengstum Metaal bewerkt 1.4541 volledig in eigen huis in Soest. Wij snijden plaat op maat met de fiberlaser, zetten op CNC-kantbanken, lassen gecertificeerd, verspanen en verzorgen de eindafwerking, tot en met complete RVS-maatwerkconstructies en assemblage. Doordat de hele keten onder één dak zit zijn de doorlooptijden kort, met snijwerk binnen 72 uur en 99% leverbetrouwbaarheid. Wij werken op plaat en plaatwerkconstructies; buis, bochten en flenzen in 321 horen bij een handelsvoorraad en leveren wij niet uit voorraad.

Houd bij de planning rekening met de inkoop. 1.4541 is in Nederland geen standaard voorraadplaat zoals 304 en 316, en wordt doorgaans per charge besteld, vaak uit Duitse voorraad. Geef daarom bij uw aanvraag de dikte, de afmeting en de gewenste finish door, dan weet u meteen waar u aan toe bent. Wij leveren enkelstuks, prototypes en series en controleren uw tekening gratis op maakbaarheid, waarbij we ook meekijken naar plaatdikte, zetradius en de ruimte voor warmte-uitzetting. Vraagt uw project om een 3.1-materiaalcertificaat, geef dat dan meteen door, want dat bepaalt de inkoop. Vraag vrijblijvend een offerte aan en stuur uw tekening of DXF mee.

Veelgestelde vragen over 1.4541 / RVS 321 / X6CrNiTi18-10

Wat is RVS 1.4541 (AISI 321)?

1.4541 is austenitisch roestvast staal op de 18/10-basis waarin de koolstof met titaan is vastgelegd. De samenstelling is 17,0 tot 19,0 procent chroom, 9,0 tot 12,0 procent nikkel, maximaal 0,08 procent koolstof en minimaal vijf keer dat koolstofgehalte aan titaan, tot maximaal 0,70 procent. Molybdeen zit er niet in. Dat titaan bindt de koolstof als titaancarbide, zodat het chroom in oplossing blijft en er ook na jaren op hoge temperatuur geen chroomarme korrelgrenzen ontstaan. Onder de Europese norm heet de soort X6CrNiTi18-10 volgens EN 10088-2, in de Amerikaanse indeling AISI 321 of UNS S32100. De treksterkte ligt tussen 500 en 700 MPa en de dichtheid is 7,9 g/cm3.
De treksterkte ligt tussen 500 en 700 MPa, bij koudgewalste plaat tot 730 MPa, en de rekgrens Rp0,2 bedraagt minimaal 200 MPa warmgewalst en minimaal 220 MPa koudgewalst. De rek bij breuk is minimaal 40 procent en de hardheid blijft volgens EN 10088-2 onder 215 HB. Het soortelijk gewicht is 7,9 g/cm3, dus 7,9 kilo per vierkante meter per millimeter dikte: een plaat van 2 mm en 1.000 bij 2.000 mm weegt 31,6 kilo. De elasticiteitsmodulus bedraagt 200 GPa, de warmtegeleiding circa 15 W/m·K en de uitzettingscoefficient circa 16,5 µm/m·K tussen 20 en 100 graden. Controleer de exacte waarden op het materiaalcertificaat, want ze verschillen per producttoestand.
Volgens EN 10088-2: chroom 17,0 tot 19,0 procent, nikkel 9,0 tot 12,0 procent, koolstof maximaal 0,08 procent, mangaan maximaal 2,0 procent, silicium maximaal 1,0 procent, fosfor maximaal 0,045 procent, zwavel maximaal 0,015 procent en titaan minimaal vijf keer het koolstofgehalte tot maximaal 0,70 procent. Molybdeen is niet gelegeerd. Die titaaneis is dus een verhouding en geen vast getal: bij 0,05 procent koolstof is minimaal 0,25 procent titaan nodig, bij 0,08 procent minimaal 0,40 procent. Een opgave van “ongeveer 0,5 procent titaan” zegt niets zolang het koolstofgehalte er niet naast staat. Het titaan verbetert de corrosieweerstand niet zelf, het voorkomt dat die bij verhitting verloren gaat.
Titaan, en verder vrijwel niets. Chroom, nikkel, treksterkte, rekgrens, vervormbaarheid en dichtheid zijn praktisch gelijk, en de weerstand tegen chloride is dat ook: beide hebben een PREN rond 18 en geen molybdeen. Het verschil komt boven water bij temperatuur. Tussen circa 425 en 850 graden vormt de koolstof in 1.4301 chroomcarbiden op de korrelgrenzen, waardoor daar te weinig chroom overblijft voor een sluitende passieve laag. In 1.4541 is die koolstof al aan titaan gebonden en gebeurt dat niet. De vuistregel: onder ongeveer 400 graden is 304 goedkoper en beter leverbaar, daarboven of bij veel warmtecycli neemt u 321.
Ze lossen twee verschillende problemen op. 1.4401 (316) heeft 2 tot 2,5 procent molybdeen en is daarmee bestand tegen chloride: zeewater, pekel, strooizout en zwembadlucht. 1.4541 (321) heeft geen molybdeen en is op dat punt gelijk aan 304, met een PREN rond 18 tegenover circa 24 voor 316. Wat 321 wel heeft is titaan, waardoor het bij langdurig bedrijf tussen circa 425 en 850 graden zijn corrosieweerstand langs de korrelgrenzen houdt. 321 is dus geen betere 316 en ook geen goedkopere: het is een hittesoort. Hebt u warmte én een agressief medium, dan komt u bij 1.4571 (316Ti) uit, dat titaan en molybdeen combineert.
Dat hangt af van wat u vraagt, en er zijn drie grenzen. De verschilfingsgrens in lucht ligt rond 800 tot 850 graden: daarboven schilfert de oxidehuid af en verliest u wanddikte, en bij cyclisch bedrijf ligt die grens lager dan bij constante temperatuur. Voor continu bedrijf onder mechanische belasting geldt circa 550 graden, omdat kruip daarboven het ontwerp gaat bepalen; bij 400 graden is de rekgrens al terug tot circa 115 tot 140 MPa. De derde grens is de reden dat u deze soort kiest: het sensitisatiegebied van circa 425 tot 850 graden, waar de titaanstabilisatie chroomcarbidevorming voorkomt. Boven 850 graden gaat u naar 1.4828 of 1.4845.
Beide zijn met titaan gestabiliseerd, maar ze staan op een andere basislegering. 1.4541 staat op de 18/10-basis zonder molybdeen, net als 304, met een PREN rond 18. 1.4571 staat op de 316-basis met 2,0 tot 2,5 procent molybdeen en komt uit op een PREN rond 24. De titaanwerking is dezelfde: de koolstof wordt vastgelegd, zodat het chroom bij langdurige verhitting in oplossing blijft. De keuze gaat dus niet over temperatuur maar over het medium. Bij droge of schone warmte, zoals rookgas, uitlaatgas of een oven, is 321 goedkoper en beter leverbaar. Zitten er chloriden of zuren in, dan hebt u het molybdeen van 1.4571 nodig.
321H is dezelfde legering met bewust verhoogd koolstof, doorgaans 0,04 tot 0,10 procent, wat de kruipsterkte boven 550 graden verhoogt. Drukvatcodes schrijven die uitvoering voor bij warme, drukhoudende delen. In Europa komt u hem tegen als 1.4878 (X8CrNiTi18-10) onder EN 10095. Vraagt uw bestek 321H, neem dan geen gewone 1.4541: dat is een andere charge en een ander certificaat. 347, oftewel 1.4550 (X6CrNiNb18-10), is dezelfde 18/10-basis met niobium in plaats van titaan, minimaal tien keer het koolstofgehalte tot 1,00 procent. Functioneel liggen 321 en 347 dicht bij elkaar; het verschil telt vooral bij het lassen, want niobium overleeft de lichtboog en titaan niet.
Met TIG, MIG of elektrode, zonder voorverwarmen. De standaard toevoeging is het niobiumgestabiliseerde type 347, oftewel 1.4551 (W of G 19 9 Nb, in de Amerikaanse indeling ER347). U last titaangestabiliseerd staal namelijk niet met titaangestabiliseerd draad: titaan oxideert in de lichtboog en komt niet in het smeltbad terecht, waardoor het lasmetaal onbeschermd zou blijven. Beheers de warmte-inbreng en de tussenlaagtemperatuur, want door de lage warmtegeleiding en hoge uitzetting vervormt RVS sterker dan staal. Nagloeien is bij een gestabiliseerde soort niet nodig; alleen bij zware dienst wordt soms een stabilisatiegloeiing rond 850 tot 900 graden voorgeschreven. Verwijder de aanloopkleur door te beitsen of te passiveren.
Ja. Van Hengstum Metaal bewerkt 1.4541 volledig in eigen huis in Soest: lasersnijden met stikstof voor een blanke snede, zetwerk op CNC-kantbanken, gecertificeerd lassen volgens EN 1090 met 347-toevoeging, verspanen en eindafwerking zoals beitsen, passiveren, glasparelen en stralen. Wij leveren enkelstuks, prototypes en series, van los snijdeel tot complete constructie voor uitlaattechniek, rookgaskanalen en ovenbouw, met snijwerk binnen 72 uur. Houd rekening met de inkoop: 1.4541 is in Nederland geen voorraadplaat en wordt per charge besteld. Wij werken op plaat en plaatwerkconstructies en leveren geen buis of flens uit voorraad. Stuur uw tekening of DXF in voor een vrijblijvende offerte met gratis maakbaarheidscontrole.